Algemene voorwaarden voor acceptatie van het inzamelen van afgewerkte olie, gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage onder nummer 91/1995

ARTIKEL 1- DEFINITIES EN TOEPASSELIJKHEID
1.1 Inzamelaar: de houder van een vergunning om gevaarlijke afvalstoffen in te zamelen als bedoeld in artikel 10.30 Wet Milieubeheer.
Aanbieder: degene die zich van gevaarlijke ontdoet/ wenst te doen door afgifte aan een inzamelaar. Nader onderzoek: een onderzoek naar de aanwezigheid van chloor of andere stoffen boven het toegelaten gehalte, zoals omschreven in artikel 2.

1.2 Deze voorwaarden voor het inzamelen van afgewerkte olie gelden voor iedere aanbieding van de inzamelaar en iedere overeenkomst tussen de inzamelaar en de aanbieder met betrekking tot het inzamelen van afgewerkte olie.

1.3 Op de in het tweede lid genoemde rechtsverhoudingen zijn eveneens van toepassing de Voorwaarden voor het inzamelen en verwerken van afvalstoffen en het verrichten van daarmee verband houdende werkzaamheden, bestaande uit de Algemene Voorwaarden van de NVCA 1993 gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s- Gravenhage onder nummer 175/1993. Ingeval de Voorwaarden voor het inzamelen van afgewerkte olie met deze voorwaarden in strijd zijn, prevaleren de voorwaarden voor het inzamelen van afgewerkte olie.

ARTIKEL 2- DEFINITIE VAN AFGEWERKTE OLIE
2.1 Als afgewerkte olie mag uitsluitend worden aangeboden:
Smeer-en systeemolie die hetzij door vermenging met andere stoffen, hetzij op andere wijze onbruikbaar is geworden voor het doel waarvoor zij oorspronkelijk was bestemd.
Als zodanig worden beschouwd:
afgewerkte motorolie;
thermische olie;
hydraulische olie;
trafo-olie, PCB vrij (moet apart worden aangeboden met een PCB- vrij verklaring). Als afgewerkte mag niet worden aangeboden. (olie vermengd met) boor,-snij,-slijp- en walsolie, danwel enige stof die opwerking tot brandstof en/of smeerolie mogelijk maakt.

2.2 De onder het eerste lid van dit artikel genoemde stoffen dienen aan de volgende wettelijke eisen te voldoen:
gehalte aan polychloorbifenylen per conge neer 28, 52, 101, 118, 138, 153 of 180 ≤ 0,5 mg/kg;
gehalte aan organische halogeenverbindingen, berekend als chloor < 0,1 gew. %; vlampunt > 55 °C;
waterpercentage maximaal 10% (boven 10% water volgt een toeslag);
sediment gehalte < 1%; de olie mag niet vermengd zijn met andere stoffen dan uitsluitend –al dan niet met water of sediment verontreinigde- lichte of zware stookolie, gasolie of dieselolie. 2.3 Voorafgaand aan de inzameling dient de aanbieder een duidelijke omschrijving van de aard, de eigenschappen en de samenstelling van e zamelen afvalstoffen te verstrekken op een formulier dat is goedgekeurd door het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen. Hieruit dient te blijken dat de in te zamelen afvalstof voldoet aan de eisen genoemd in dit artikel. 2.4 De aanbieder dient bij de inzameling een begeleidingsbrief voor het vervoer van de afgewerkte olie te verstrekken. ARTIKEL 3- BEKENDMAKING TARIEVEN 3.1 De inzamelaar draagt er zorg voor dat de aanbieder van de in te nemen partij vooraf in kennis wordt gesteld van de gehanteerde tarieven en uitgangspunten, waaronder: het tarief voor de inzameling van afgewerkte olie als bedoeld in artikel 2; de kosten van een eventueel nader onder zoek; de kosten voor aparte inzameling; de voorrijkosten. 3.2 Voor de inzameling van afgewerkte olie, afkomstig van landactiviteiten geldt een wettelijk maximum tarief dat elke maand in de Staatscourant wordt gepubliceerd, onverminderd het gestelde in artikel 3.1. ARTIKEL 4- BEMONSTERING 4.1 De aanbieder dient ervoor zorg te dragen dat de in te nemen partij voor inname terplekke eenvoudig te bemonsteren is. Iedere tank, vat etc. zal apart bemonsterd moeten kunnen worden. 4.2 De inzamelaar dient van elke in te nemen partij een monster van ten minste 1,5 liter te nemen en deze na homogenisatie te verdelen over 3 monsterflessen van 0,5 liter. De inzamelaar biedt de aanbieder of hij/zij die gemachtigd is de aanbieder rechtens te vertegenwoordigen de gelegenheid de monstername bij te wonen. De monsters worden voorzien van een nummer, de dagtekening en de handtekening van de inzamelaar. De inzamelaar. biedt per partij één van de monsterflessen aan de aanbieder aan. 4.3 Eén van beide overige monsters wordt door de inzamelaar ten minste dertig dagen na inzameling bewaard. 4.4 De inzamelaar heeft het recht om voorafgaand aan de inzameling aan het monster een indicatieve, kosteloze controle te doen, doch is daartoe niet verplicht. ARTIKEL 5- DE INZAMELING 5.1 De inzameling vindt in principe plaats binnen 30 dagen, nadat de aanbieder een partij afgewerkte olie aan de inzamelaar heeft aangeboden. Indien de inzameling niet binnen 30 dagen plaats kan vinden zal de inzamelaar hiervan mededeling doen aan de aanbieder. 5.2 De inzameling geschiedt door middel van een inzamelvoertuig waarbij de partij bij andere partijen afgewerkte olie gevoegd wordt. Meerdere aldus ingezamelde partijen worden conform het bepaalde in de vergunning van de inzamelaar krachtens de Wet Milieubeheer bij elkaar in een tank opgeslagen tot een maximum van 300 ton, voordat het nader onderzoek plaatsvindt. 5.3 Door inzameling als bedoeld in artikel 5.2 komt de inzamelopdracht automatisch tot stand. 5.4 Indien de aanbieder uitdrukkelijk aangeeft dat er een risico bestaat dat de afgewerkte olie niet aan de vereisten in artikel 2 voldoet, heeft de aanbieder de keuze tussen de volgende mogelijkheden: a. de aanbieder geeft de inzamelaar de opdracht om aan de hand van het genomen monster eerst een nader onderzoek uit te voeren; b. de aanbieder geeft de inzamelaar opdracht de partij apart in te zamelen en daarna een nader onderzoek uit te voeren. De kosten van het nader onderzoek en van het apart inzamelen komen voor rekening van de aanbieder. 5.5 Indien de indicatieve controle als bedoeld in artikel 4.3 uitwijst dat sprake is van een sterk verhoogd risico dat de afgewerkte olie niet aan de vereisten in artikel 2 voldoet, wordt de partij niet ingezameld en heeft de aanbieder de keuze tussen de volgende mogelijkheden: a. de aanbieder ziet af van het verlenen van de inzamelopdracht, in welk geval de inzamelaar uitsluitend de van tevoren aan de aanbieder opgegeven voorrijkosten in rekening kan brengen. b. de aanbieder geeft de inzamelaar de opdracht om aan de hand van het genomen monster eerst een nader onderzoek uit te voeren. c. de aanbieder geeft de inzamelaar opdracht de partij apart in te zamelen en daaraan een nader onderzoek uit te voeren, in welk geval de inzamelaar de van tevoren aan de aanbieder opgegeven prijs voor aparte inzameling in rekening brengt. 5.6 Indien de inzamelaar meent dat sprake is van een sterk verhoogd risico dat de afgewerkte olie niet aan de vereisten in artikel 2 voldoet, wordt deze partij apart ingezameld en niet vermengd met andere partijen totdat aan deze partij een nader onderzoek heeft plaatsgevonden. De kosten van aparte inzameling en van het nader onderzoek zijn voor rekening van de inzamelaar, tenzij het nader onderzoek uitwijst dat de partij niet voldoet aan de vereisten in artikel 2. 5.7 In de gevallen genoemd in het vierde en vijfde lid van dit artikel doet de inzamelaar van tevoren opgave van de kosten van het nader onderzoek. ARTIKEL 6- NADER ONDERZOEK 6.1 De inzamelaar heeft het recht een nader onderzoek uit te voeren aan iedere ingezamelde partij afgewerkte olie. 6.2 Indien uit het nader onderzoek aan een nog niet ingezamelde partij of een apart ingezamelde partij als bedoeld in artikel 5.5 of 5.6 blijkt dat de partij niet voldoet aan de vereisten in artikel 2, komen de kosten van het nader onderzoek voor de rekening van de aanbieder. 6.3 Het nader onderzoek blijft in de gevallen genoemd in artikel 5.5 en 5.6 voor rekening van de inzamelaar, indien daaruit blijkt dat de partij voldoet aan de vereisten in artikel 2. ARTIKEL 7- INZAMELING VERONTREINIGDE PARTIJEN 7.1 Indien uit een nader onderzoek aan een conform artikel 5.2 ingezamelde partij blijkt dat de door de aanbieder als afgewerkte olie aangeboden partij niet voldoet aan de vereisten in artikel 2, is de aanbieder van deze verontreinigde partij het gangbare tarief voor het innemen van een andere dan in artikel 2 bedoelde afvalstoffen verschuldigd voor alle ingezamelde afgewerkte olie welke door de inzameling als bedoeld in artikel 5.2 verontreinigd is geraakt. De aanbieder is voorts gehouden de door de inzamelaar reeds verrichte werkzaamheden, gemaakte kosten en gelden schade te vergoeden. De aanbieder zal evenwel in de gelegenheid worden gesteld een contra-expertise te doen. 7.2 In het in het eerste lid bedoelde geval verschaft de inzamelaar de aanbieder een schriftelijke specificatie, waarin in ieder geval is aangegeven, om welke hoeveelheid het gaat, hoeveel het verwerkingstarief per eenheid te verwerken afvalstof bedraagt, hoeveel de overige kosten bedragen en naar welke daartoe bevoegde vergunninghouder de verontreinigde partij is of zal worden afgevoerd. 7.3 Indien uit het nader onderzoek aan een apart ingezamelde partij blijkt dat deze inderdaad niet voldoet aan de in artikel 2 gestelde eisen, doet de inzamelaar de aanbieder een aanbieding om deze stoffen apart te doen verwerken. In deze aanbieding is ten minste aangegeven om welke hoeveelheid het gaat, wat de kosten zijn en naar welke daartoe bevoegde vergunninghouder de verontreinigde partij zal worden afgevoerd. De opdracht komt tot stand nadat de aanbieder met aanbieding heeft ingestemd. 7.4 In het geval dat de partij nog niet is ingezameld als bedoeld in artikel 5.5 vindt lid 2 van dit artikel overeenkomstige toepassingen, waarbij eveneens de kosten van apart inzamelen worden opgegeven. ARTIKEL 8- CONTRA-EXPERTISE 8.1 In geval bedoeld in artikel 7.1 is de aanbieder gerechtigd voor eigen rekening een contra-expertise aan het volgens artikel 4.2 bedoelde monster uit te voeren. 8.2 Indien de in lid 1 bedoelde contra-expertise de bevindingen van het nader onderzoek worden weerlegd, worden uitsluitend het reguliere inzamelingstarief als bedoel in artikel 3 aan de aanbieder in rekening gebracht en komen de kosten van de contra-expertise voor rekening van de inzamelaar. ARTIKEL 9- BEREIKBAARHEID 9.1 Het inzamelvoertuig dient zodanig opgesteld te kunnen worden dat voor het inzamelen van de afgewerkte olie niet meer dan 20 meter slang nodig is. 9.2 De in te zamelen partij afgewerkte olie dient zodanig te zijn opgesteld dat deze vrij toegankelijk is en er een voorziening voor eventuele lekkage aanwezig is. 9.3 Onverminderd het bovenstaande geldt voor afgewerkte olie opgeslagen in vaten dat deze niet gestapeld mogen zijn en van bovenaf leeggezogen moeten kunnen worden. ARTIKEL 10- VERPAKKING 10.1 De in te zamelen afgewerkte olie dient verpakt te zijn in een verpakking die voldoet aan de ter zake door de overheid gestelde eisen (UN/KIWA). 10.2 Onverminderd het bovenstaande dient de verpakking een inhoud te hebben van minimaal 200 liter, een opening te hebben van minimaal 2 inch en een voldoende ruime beluchting te hebben voor het met een vacuümwagen opzuigen met een minimale zuigcapaciteit van 4.000 liter/uur.